, Nieuws voor professionals

Met of zonder partner

Uitgegeven: 20 maart 2009 09:33
Laatst gewijzigd: 23 maart 2009 14:36

Het kan voor de belastingen en voor de inkomensafhankelijke toeslagen een groot verschil maken of een huisgenoot ook als uw partner wordt gezien. Soms heeft u dat zelf in de hand, maar dat is echt niet altijd zo.

Door Dick van den Hoeven | Kluwer Belastinggids

Vroeger zat de maatschappij eenvoudig in elkaar. Men was getrouwd of vrijgezel. Samen met de hoogte van het inkomen werd veelal alleen op basis van dat verschil de hoogte van de verschuldigde belasting bepaald. En ook voor de sociale uitkeringen speelde dat een grote rol.

Maar inmiddels zit de wereld toch wat anders in elkaar en zijn dus ook de belastingen en uitkeringen van veel meer factoren afhankelijk geworden.  Voor de belastingen is er het fiscaal partnerschap. Gehuwden worden altijd als partner aangemerkt. Mensen die samenwonen zijn echter lang niet altijd meer getrouwd, maar leiden wel hetzelfde leven als gehuwden.

Zelfde behandeling
Zij willen dan natuurlijk ook hetzelfde behandeld worden. Eenvoudig blijft het allemaal nog als zulke ongehuwd samenwonenden zich bij de burgerlijke stand laten registreren, het zogenoemd geregistreerd partnerschap. Dan worden zij voor alle regelingen als getrouwd aangemerkt.

Moeilijker wordt het echter als zo'n geregistreerd partnerschap niet is aangegaan. Vele situaties zijn denkbaar. U woont bijvoorbeeld samen met een partner of met bijvoorbeeld familieleden (broer, zus of ouders). Dan is het veelal mogelijk om voor de belastingen te kiezen voor het fiscaal partnerschap. Dit kan interessante mogelijkheden bieden.
Voor de toeslagen is er geen keuze, hoewel een keuze als fiscaal partner wel voor de toeslagen doorwerkt.

Fiscale partners
Als meerderjarige ongetrouwde huisgenoten op hetzelfde woonadres staan ingeschreven, kunnen zij kiezen voor fiscaal partnerschap. De samenwoning moet wel een wat duurzaam karakter hebben; per kalenderjaar wordt dat getoetst aan een onafgebroken periode van zes maanden.

De aard van de relatie doet er helemaal niet toe, het kan zijn een vriend, vriendin of zelfs ook familielid. Zo kunnen ook samenwonende broers of zusters (of alleenstaande ouders met inwonende meerderjarige kinderen) op verzoek kwalificeren als fiscale partners en dat wordt helaas vaak vergeten.

De keuze voor fiscaal partnerschap kan namelijk interessante voordelen bieden bij de toerekening van bepaalde aftrekposten en bij de hoogte en uitbetaling van heffingskortingen.

Aftrekposten gunstig verdelen
Fiscale partners kunnen bepaalde aftrekposten geheel vrij verdelen. Dat geldt bijvoorbeeld niet alleen voor de hypotheekrente, de ziektekosten en andere buitengewone uitgaven, maar bijvoorbeeld ook voor alimentatiebetalingen. Dat kan een groot verschil uitmaken als de ene partner in een belangrijk hoger tarief valt dan de ander. De aftrekpost kan bij toerekening aan de meestverdiener een (veel) hoger belastingvoordeel opleveren.

Maar nog belangrijker is wellicht de mogelijkheid om de heffingskorting uitbetaald te krijgen. Als u (vrijwel) geen inkomen hebt, is er ook niet of nauwelijks belasting verschuldigd. Dan hebt u eigenlijk niets aan de heffingskorting.

Die heffingskorting - toch vaak een bedrag van zo'n € 2.000 - kan echter wel worden uitbetaald als u een ongetrouwde huisgenoot hebt die, na aftrek van de eigen heffingskorting, nog voldoende belasting verschuldigd is; dan moet u dus wel kiezen voor fiscaal partnerschap.

Een dergelijke uitbetaling is bijvoorbeeld ook mogelijk als de gepensioneerde weduwnaar of weduwe met een redelijk pensioen samenwoont met een verzorgende dochter of zoon zonder enig inkomen. Maar ook dan moeten de ouder en het kind dus wel kiezen voor fiscaal partnerschap.

Toeslagpartners
Heel anders is het bij de inkomensafhankelijke toeslagen, zoals de zorgtoeslag en de huurtoeslag. De hoogte van de toeslagen is afhankelijk van het gezamenlijke inkomen van u en uw partner, hier toeslagpartner genoemd. Maar daarbij is er geen keuzemogelijkheid. Als u een gezamenlijke huishouding voert, wordt u - net als echtgenoten - gewoon als toeslagpartners behandeld.

Dat gebeurt in ieder geval als u voor de belastingen hebt gekozen voor fiscaal partnerschap. Maar u hebt bijvoorbeeld ook een toeslagpartner als u met iemand meer dan zes maanden op hetzelfde adres staat ingeschreven en een gezamenlijke huishouding voert. Dat laatste geldt echter niet in de ouder-kindrelatie.

Zij worden dus niet zomaar als toeslagpartners beschouwd. Zij worden alleen als toeslagpartners behandeld als zij voor de belastingen hebben gekozen voor fiscaal partnerschap, zoals de hiervoor genoemde gepensioneerde met de verzorgende zoon of dochter.

Om het nog wat ingewikkelder te maken: voor de huurtoeslag wordt het inkomen van medebewoners ook meegeteld, ongeacht of zij toeslagpartner zijn of niet. Ouders met inwonende kinderen tellen dus niet alleen hun beider inkomen mee, maar ook dat van de kinderen. Als de kinderen jonger dan 23 zijn geldt er wel een vrijstelling van zo'n € 4300.

Proefberekeningen maken
De wereld zit dus echt ingewikkeld in elkaar. Kiezen voor fiscaal partnerschap kan gevolgen hebben voor uw toeslagen. En dan te bedenken dat het bij die toeslagen ook nog heel verschillend kan uitpakken.

De ene keer leidt de berekening op individuele basis tot hogere toeslagen, de andere keer komt een berekening op gezamenlijke basis gunstiger uit (vooral bij echt lage inkomens). Was het nog maar zo overzichtelijk als vroeger....

Hoewel, die extra toeslagen kunnen het ook leuk maken en u kunt proefberekeningen maken op de site: www.toeslagen.nl. Dan kunt u kijken wat het gunstigste is, met of zonder partner.

© NUzakelijk/Dick van den Hoeven
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken

nuzakelijk.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009