, Nieuws voor professionals

Ontslag in crisistijd

Uitgegeven: 4 januari 2012 09:14
Laatst gewijzigd: 4 januari 2012 09:14

In tijden van crisis wordt kostenbesparing essentieel. Vele ondernemers ontkomen er niet aan om kritisch naar het personeelsbestand te kijken. 

Door Arjan Thomassen

Levert de commerciële man op dit moment wel zijn bijdrage? Is het misschien verstandiger de werkzaamheden van de boekhouder door de externe accountant te laten verrichten?

Bij een bevestigend antwoord zal het betreffende personeelslid af moeten vloeien hetgeen normaliter gepaard gaat met een afkoopsom ter vervanging van gederfd of te derven loon.

Berekening

De huidige kantonrechtersformule berekent de ontslagvergoeding door het aantal dienstjaren (factor A) te vermenigvuldigen met het bruto maandsalaris (factor B) en met een factor C, waarin de bijzondere omstandigheden van het ‘geval’ zijn uitgedrukt in een cijfer.

Dit cijfer is 1 als de reden voor beëindiging van het dienstverband niet aan één van beide partijen te verwijten valt, niet in de risicosfeer van de werknemer valt en zich verder geen bijzonderheden voordoen. In de praktijk schommelt C meestal tussen 0 en 2.

Versobering

Sinds 1 januari 2009 is een versobering in bovenstaande formule doorgevoerd. Zo is de berekening van factor A aangepast waarbij meer aansluiting is gezocht bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren, maar met behoud van bescherming van oudere werknemers.

De dienstjaren tot de leeftijd van 35 jaar tellen voor ½, van 35 tot 45 jaar voor 1, van 45 tot 55 jaar voor 1½ en vanaf 55 jaar voor 2. Daarnaast is bij de bepaling van de factor C meer aandacht voor bijzondere omstandigheden, zoals de arbeidsmarktpositie van de werknemer en de financiële positie van de werkgever.

Uitbetalen

De vertrekkende werknemer kan kiezen voor uitbetaling van de gouden handdruk. De fiscale verwerking is dan simpel: over het uit te betalen bruto bedrag wordt loonheffing berekend welke door de werkgever wordt ingehouden en afgedragen aan de fiscus. Het netto bedrag wordt uitbetaald aan de vertrekkende werknemer.

Voor uitbetalen zal gekozen worden indien sprake is van relatief geringe gouden handdruk. Waar de grens ligt tussen uitbetalen of andere opties, is afhankelijk van omstandigheden die voor eenieder verschillend zijn. In het algemeen is direct uitbetalen interessant voor bedragen tot 50.000 euro.

Stamrecht bij verzekeringsmaatschappij

Indien directe heffing bij uitbetalen leidt tot een tarief van 52 procent en de verwachting is dat in de toekomst dit maximale progressieve tarief niet behaald wordt, kan de werknemer voor het bruto bedrag een recht op een periodieke lijfrente bij een verzekeraar bedingen.

Het bruto bedrag dat de werkgever dient te betalen wordt als koopsom aangewend en gestort bij een verzekeraar. De werknemer krijgt een recht op een al dan niet direct ingaande lijfrente die op het moment van uitkeren belast wordt.

Een directe belastingheffing wordt daarmee verlegd naar de toekomst en zal dan tot een effectief lagere heffing leiden. Uw BV maakt het bruto bedrag over op een bankrekening van de verzekeringsmaatschappij.

Stamrechtrecht-BV

Naast de verzekeringsmaatschap kan ook een lijfrente worden bedongen bij een ‘eigen’ stamrecht-BV. De werknemer richt een besloten vennootschap op en laat de werkgever de bruto koopsom op de bankrekening van de stamrecht-BV storten.

Het grote voordeel van een stamrecht-BV is gelegen in het feit dat de werknemer via zijn BV beschikt over liquide middelen waarmee hij de start van zijn eigen ondernemingsactiviteit in de BV kan financieren.

Zijn gouden handdruk vormt dus het werkkapitaal van de BV. Daarmee ligt het recht op de toekomstige lijfrente wel geheel in de risicosfeer. Bij faillissement is de werknemer zijn aanspraak op een lijfrente kwijt.

Goedkeuring

Wil de voormalige werkgever er zeker van zijn dat uitbetaling van de gouden handdruk aan de stamrecht-BV zonder inhouding van loonbelasting kan geschieden, dan is een goedkeuring van de fiscus (hoewel formeel niet vereist) wenselijk. Daarnaast geldt als absolute voorwaarde dat de werknemer nimmer over het bedrag heeft mogen beschikken.

Dus nooit overmaken op de privé rekening van de werknemer! Ofwel betalen op de bankrekening van de stamrecht-BV dan wel, als die rekening er nog niet is, het bedrag stallen op de derdenrekening van de notaris.

Arjan Thomassen is belastingadviseur bij Accredo Belastingadviseurs BV te Eindhoven en is daarnaast als parttime universitair docent Belastingrecht verbonden aan Maastricht University. Volg hem ook op Twitter.com/athomassen60.

© NUzakelijk
Reageer: Deel dit artikel via:

Mail/tip de redactie Foto bij dit bericht? Stuur hem op!
Zoek nieuws over dit onderwerp Afdrukken

nuzakelijk.nl is onderdeel van de Sanoma Media Netherlands groep