, Nieuws voor professionals

Extreem: het nieuwe normaal

Uitgegeven: 11 juli 2011 08:03
Laatst gewijzigd: 11 juli 2011 08:03

De afgelopen beleggingsjaren waren extreem voor beleggers. Extreem ten opzichte van langjarige gemiddelden en extreem ten opzichte van bijvoorbeeld de voorafgaande twee decennia.

Door Martine Hafkamp | Fintessa Vermogensbeheer, in samenwerking met Belegger.nl

De vraag is of het ook buitengewoon is dat een dergelijk heftige periode plaatsvindt? Ik zou zeggen van niet.

De extreme gebeurtenissen op de beleggingsmarkten van de laatste tijd zijn niet uniek. De koersen van obligaties, aandelen en valuta bewegen vaker en heftiger dan vroeger. Nu de kapitaalmarkten globaler en elektronisch zijn, lijken er meer minikrachjes te zijn.

Maar ingrijpende fenomenen die lang doorwerken zijn van alle tijden. Ze doemen op in verschillende gedaanten: oorlog, oliecrisis, hyperinflatie, deflatie, faillissementen, vastgoed- en kredietcrises. Minimaal eens in de dertig jaar is het raak en is er een lange periode waarin pessimisme overheerst.

Deze frequentie is voor een ieder kort genoeg om er minimaal één van te hebben ondervonden. Alle genoemde tijdvakken waren niet best voor risicodragende beleggingen.

Pensioen

Vervolgens is in hetzelfde lange perspectief de vraag gerechtvaardigd hoe normaal het is dat de meeste werkenden in staat zijn vrijblijvend dan wel verplicht geld opzij te leggen voor later. Aanvullend pensioen is nu ingeburgerd. Voor de meeste Nederlanders is hun pensioenpot de enige of belangrijkste vermogenscomponent.

Het lijkt nu normaal, maar historisch gezien is het uniek. Hoeveel mensen spaarden zestig jaar geleden al voor hun pensioen? Een zeer kleine minderheid. In veel buitenlanden is er nu nog niet eens sprake van.

Nederland heeft een uniek en sterk pensioenstelsel dat is gebaseerd op collectiviteit en solidariteit. Ik onderschrijf het verzekeringsvoordeel dat de collectiviteit de individuele deelnemer brengt. Maar het collectieve karakter herbergt ook nadelen, gevaren zelfs, die zwaarder blijken te wegen. Extreme schokken op de financiële markten spelen hierin een voorname rol.

Extreem

Kapitaalgedekte pensioenen zijn minder normaal maar meer buitengewoon dan wij veronderstellen. Ze zouden zo maar kunnen verdwijnen. Dat lijkt pas extreem, maar het gebeurt wel degelijk. Bij ons sluipenderwijs, elders meer opzichtig.

Bij onze zuiderburen takelde de overheid de activa uit het grootste pensioenfonds. De verplichtingen namen ze wel over, op papier dan. Iets verder weg in de Europese Unie, in Hongarije, heeft de overheid onlangs hetzelfde gedaan.

Aanbieders van collectieve pensioenregelingen hebben deelnemers lang de indruk gegeven dat de pensioentoezeggingen hard waren. Maar in relatief korte tijd zijn de pensioenaanspraken danig versoberd.

En dan gaat het nota bene over nominale rechten, terwijl de reële pensioenrechten werkelijk tellen. Garanties blijken er niet te zijn ondanks de vermeende bescherming van de collectiviteit.

Aanvulling

Daarbij komt dat het aanvullende, belegde pensioen belangrijker dan ooit wordt. Immers, de Nederlandse situatie levert in de voorzienbare toekomst hoogstwaarschijnlijk het overbekende beeld op van een zeer hoog aantal gepensioneerden ten opzichte van werkenden.

Dat moet worden gecombineerd met een gemiddeld hoge en oplopende levensverwachting na pensioendatum en een nu nog dominant staatspensioen dat, mede onder invloed van de vergrijzing, onder druk staat. Als de basis (AOW) verschraalt, wordt de aanvulling des te belangrijker.

Goed beschouwd geldt dat voor iedereen, voor werknemers en (tijdelijk) niet-werknemers, voor zelfstandigen en anderen. Voor ons allen zijn kapitaalgedekte pensioenen van belang. Nu sparen, nu beleggen voor inkomen later is een noodzaak voor een ieder die niet afhankelijk wil zijn.

Beheer

De gangbare vorm van pensioen beleggen is nu collectief, doorgaans via en met bijdragen van de werkgever. De grootste collectieve beleggingsportefeuilles beheren en verzekeren de bedrijfspensioenfondsen, gevolgd door commerciële pensioenverzekeraars en ondernemingspensioenfondsen. Zij beleggen verreweg het meeste spaargeld van de Nederlanders. Daarom zijn ze zo belangrijk.

De meeste van deze pensioenuitvoerders hebben deelnemers lang in de waan gelaten dat sprake was van harde (nominale) pensioengaranties. Maar in 10, 20 jaar is de luxe VUT ingeruild voor het oprekken van de pensioendatum.

Eindloon is middelloon geworden, Defined Benefit (DB, uitkeringsregeling) in veel gevallen feitelijk collectief Defined Contribution (DC, beschikbare premie).

Meer recent zijn in incidentele gevallen geforceerd pensioenrechten afgestempeld. Dan gaat het nota bene ook nog over nominale rechten, terwijl de reële pensioenrechten werkelijk tellen.
Pensioencontracten, pensioenverzekeringen, pensioentoezeggingen; alle begrippen die een zekerheid suggereren die er in de praktijk niet is.

Bij de meeste werknemers begint het nu te dagen: de AOW is onzeker, het aanvullende pensioen is én weinig én onzeker. Harde garanties zijn er niet en komen er evenmin.
Collectief pensioen is niet goed als het verzekeringsvoordeel van de collectiviteit ten onder gaat aan externe gevaren waaraan de deelnemers zijn blootgesteld.

Risico

Individuele beschikbare premieregelingen, eigen pensioenaccounts, hoe je ook het wil noemen, bieden oplossing. Werknemers of andere deelnemers bouwen individueel fiscaal ondersteund pensioenkapitaal op en lopen zelf de beleggingsrisico’s. Hier is niets nieuws aan: zij hebben namelijk altijd al risico gelopen, weliswaar vaak samen met hun werkgevers, alleen hebben ze zich dit lange tijd niet gerealiseerd.

De uitkomsten zijn onzeker en beleggingsrisico’s blijven. Dat moet ook, want zonder risico geen rendement. Geen enkele portefeuille is immuun voor de invloed van extreme schokken.

Wanneer risico plots uit de mode is, komen correlaties vervelend samen. Maar de beleggingssamenstelling van een dergelijke pensioenpot is ingegeven door de persoonlijke situatie en de toekomstige risico- en rendementsverwachtingen.

Spaarpotjes

Werkgevers, werknemers en de regering hebben onlangs een nieuw pensioenakkoord gesloten. Vanaf 2020 gaat de AOW naar 66, vanaf 2025 naar 67. Als echter wordt doorgegaan met de huidige vorm van collectief beleggen, maken wij iets wat op zich al bijzonder is, namelijk spaarpotjes voor velen, extra kwetsbaar voor extreme gebeurtenissen die zich vroeger of later ongetwijfeld weer zullen aandienen.

Hyperinflatie, langdurige deflatie, failliete overheden, banken en/of verzekeraars, te hoge rendementen (!), megalomane bestuurders: allen kunnen desastreus uitwerken op vooral collectief verzekerde portefeuilles.

Tot de dag is bereikt dat het weer normaal is dat een minderheid een spaarpotje of beleggingsportefeuille heeft. De afgelopen vijftig jaar is dan bezien een uitzonderlijke periode geweest.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.

© NUzakelijk
Reageer: Deel dit artikel via:

Mail/tip de redactie Foto bij dit bericht? Stuur hem op!
Zoek nieuws over dit onderwerp Afdrukken

NUzakelijk, de app!

Volg het laatste nieuws via je smartphone

Bekijk ook de video.

App Store (Apple)

Android Market


nuzakelijk.nl is onderdeel van de Sanoma Media Netherlands groep