, Nieuws voor ondernemende mensen

Vijf vragen over het Europese noodfonds

Uitgegeven: 22 mei 2012 14:21
Laatst gewijzigd: 22 mei 2012 14:21

AMSTERDAM – De Tweede Kamer debatteert dinsdag en woensdag over het Europese noodfonds (ESM), dat is opgericht om de financiële crisis in Europa te bezweren. NU.nl legt u in vijf vragen het noodfonds verder uit.

Wat houdt het noodfonds precies in?

Het Europese noodfonds leent geld uit aan eurolanden met financiële problemen, zoals Griekenland, Portugal en Ierland. Maar ook noodlijdende banken kunnen aanspraak maken op het fonds.

De eurolanden richtten in 2010 een tijdelijk noodfonds (EFSF) op, dat in 2013 vervangen moet worden door een permanent fonds. De eurolanden proberen met het noodfonds het vertrouwen van de financiële markten in de euro terug te winnen.

Samen staan de EU-lidstaten borg voor een bedrag van 700 miljard euro, waarvan 500 miljard kan worden uitgeleend. Daarvan moet 80 miljard door de lidstaten worden overgemaakt en worden voor 620 miljard euro garanties gegeven.

Wat is de bijdrage van Nederland aan het fonds?

Nederland draagt 40 miljard bij, wat gelijk staat aan een aandeel van 5,7 procent in het fonds. Dat betekent dat ons land tussen 2013 en 2017 4,5 miljard euro moet overmaken en voor de rest van het bedrag garant staat.

Duitsland en Frankrijk zijn met ruim 190 miljard (27 procent) en 142 miljard (20 procent) de grootste bijdragers aan het fonds. Ook Italië en Spanje (bijna 18 en 12 procent) dragen meer bij dan Nederland.

Naast het permanente noodfonds ESM bestaat echter ook nog steeds het tijdelijke noodfonds EFSF. Daarom valt het bedrag dat Nederland in totaal bijdraagt aan beide noodfondsen hoger uit: van juli 2012 tot juli 2013 zullen deze garanties gezamenlijk uitkomen op 134 miljard euro.

Waarom debatteert de Tweede Kamer nu over het fonds?

In eerste instantie was het de bedoeling dat het noodfonds medio 2013 in werking zou treden. Maar om de financiële stabiliteit in de eurozone te kunnen garanderen en te laten zien dat de landen er alles aan zullen doen om de euro te redden, spraken de Europese regeringsleiders onlangs af deze datum te vervroegen naar juli deze zomer. Dat betekent dat het tijdelijke fonds EFSF en ESM een tijdje naast elkaar zullen bestaan.

Met die reden heeft minister De Jager (Financiën) dan ook aangedrongen op een snelle behandeling van het ESM-verdrag.

Welke discussie speelt rondom het fonds?

Op dit moment is er nog een kamermeerderheid voor het instellen van het fonds, maar er gaan ook veel tegengeluiden op. Zo gaan de ChristenUnie, PVV, SP, SGP, PvdD en Hero Brinkman dinsdag tegenstemmen. De PvdA houdt het vooralsnog bij moties.

Zo vreest de ChristenUnie dat Nederland door het overmaken van het geld geen grip meer heeft op de wijze waarop het geld wordt uitgegeven.

PVV-leider Geert Wilders wil de deelname zelfs via een kort geding tegenhouden. Hij wil via de rechter afdwingen dat pas na de verkiezingen op 12 september wordt gestemd over het noodfonds. Wilders vindt dat de kiezer zich moet kunnen uitspreken over het besluit.

Ook de Algemene Rekenkamer heeft zich tegen het fonds uitgesproken. De Rekenkamer vindt dat de publieke externe controle op het noodfonds verbeterd moet worden.

Klopt er iets van deze kritiek?

Beslissingen over de bestedingen van het ESM hoeven niet altijd unaniem te worden aangenomen. Voor de meeste besluiten is een meerderheid van 85 procent nodig om te besluiten of een land of bank hulp krijgt van het fonds, zodat het snel kan ingrijpen.

Omdat Nederland voor 5,7 procent bijdraagt aan het noodfonds, heeft ons land 5,7 stemmen van de 100. Dat betekent dat Nederland inderdaad geen volledige zeggenschap heeft over het geld dat is bijgedragen aan het fonds.

Als Nederland het niet eens is met het verstrekken van geld uit het fonds aan een land, maar een meerderheid wel, kunnen we de procedure niet tegenhouden. Drie andere landen kunnen dat wel: Duitsland, Frankrijk en Italië. Zij hebben namelijk vetorecht.

In principe kan Nederland het besluit over de ratificatie ook uitstellen, zoals de PVV graag wil. Alle landen hoeven pas uiterlijk 1 maart 2013 het verdrag te ratificeren en het ESM kan bovendien ook in werking worden gesteld als 90 procent van de deelnemende landen akkoord zijn.

Maar De Jager waarschuwt voorafgaand aan het debat in de Kamer: "Het niet ratificeren van het ESM-verdrag door een of enkele landen zou de geloofwaardigheid van het noodfonds kunnen ondergraven."

© NU.nl/Heleen Haverkort

Trefwoorden

Reageer: Deel dit artikel via:

Mail/tip de redactie Foto bij dit bericht? Stuur hem op!
Zoek nieuws over dit onderwerp Afdrukken
Volg NUzakelijk:


Offertes aanvragen Offerte koffieautomaten aanvragenOfferte frisdrankautomaten aanvragen Offerte track en trace aanvragenOfferte webdesign aanvragen Offertes aanvragen

nuzakelijk.nl is onderdeel van de Sanoma Media Netherlands groep