, Nieuws voor professionals

PwC

Het familiebedrijf is crisisbestendig(er)

Uitgegeven: 27 mei 2009 09:23
Laatst gewijzigd: 27 mei 2009 11:26

Het familiebedrijf dus bij uitstek in staat om bovengemiddeld te profiteren van de Grote Herschikking die voor ons ligt.

Door Peter Jongerius - PricewaterhouseCoopers

Lang is in sommige kringen wat meewarig gedaan over het fenomeen familiebedrijf. Volgens criticasters belemmeren familiebedrijven de eigen groeimogelijkheden door onvoldoende gebruik te maken van de mogelijkheden die de kapitaalmarkten bieden.

In het algemeen zijn ze sowieso wars van avontuurlijke plannen. Ook rekruteren ze hun ondernemerstalenten vaak uit maar één (familie)bron, en daardoor zou de kans op mismanagement groter zijn dan in bedrijven met een breder gespreid aandelenbelang.

Weerlegd
Het goede nieuws van de huidige crisis is voor mij dan ook dat door de gewijzigde marktomstandigheden, de groeiende maatschappelijke afkeer van het uitsluitend sturen op het creëren van aandeelhouderswaarde en de schaarste aan financiering al deze kritiekpunten krachtig worden weerlegd. Sterker, ze worden nu steeds vaker aangehaald als voordelen die maken dat familiebedrijven een grotere kans hebben om te overleven en per saldo sneller te groeien in de huidige omstandigheden. En ik ben het daar roerend mee eens.

Neem nu dat roemruchte geduldkapitaal. Ik denk dat menige CFO op dit moment met jaloezie kijkt naar de solvabiliteitsratio van het gemiddelde familiebedrijf. Met zeventig procent of meer aan eigen vermogen op de balans is de rentelast sowieso al lager.

Bovendien is de onderhandelingspositie van de doorsnee-dga tegenover een bank gunstiger dan van veel publiek gefinancierde ondernemingen. Zo men al (her)financiering nodig heeft, want de aandeelhouders zijn maar al te graag bereid om voorlopig af te zien van hun dividend. Ook heeft driekwart de eigen bedrijfshuisvesting nog in eigendom, en zijn kapitaalgoederen en andere assets conservatief gefinancierd.

Loyaliteit
Een ander sterk punt betreft de loyaliteit van de medewerkers. Zij identificeren zich veel sterker met een familiebedrijf als werkgever dan met andere ondernemingsvormen. Als een logisch gevolg zullen ze eerder bereid zijn om een loonoffer te brengen, of in te stemmen met een (noodgedwongen) tijdelijke werktijdverkorting. De kans op arbeidsonrust is daardoor aanzienlijk kleiner.

Dan is er nog het imago van het familiebedrijf. Het wordt geassocieerd met ietwat conservatief, kleinschalig, en voor alles gericht op het bewaren van de continuïteit. Waren dat waarden die in het achter ons liggende decennium nog een negatieve connotatie hadden, nu worden ze gezien als de grondvesten van de nieuwe vorm van kapitalisme waar we naar op zoek zijn.

Voorsprong
De eigenschap dat veel ondernemende families al sinds mensenheugenis het financiële profijt ondergeschikt achten aan maatschappelijke én familiebelangen, geeft hun bedrijven straks een nauwelijks meer in te lopen voorsprong. Zowel in de perceptie van het grote publiek als in die van hun klanten en toeleveranciers.

Door dit alles is het familiebedrijf dus bij uitstek in staat om bovengemiddeld te profiteren van de Grote Herschikking die voor ons ligt. En terwijl veel scherp aan de wind zeilende en overgefinancierde ondernemingen het loodje leggen, is de kans groot dat ze uiteindelijk zullen worden overgenomen door een partner die ze in een vorig leven nog bekritiseerden als inert en te weinig ondernemend.

© NUzakelijk
Reageren? Ga naar NUjij.nl Mail/tip de redactie
Foto bij dit bericht? Stuur hem op! Zoek nieuws over dit onderwerp
Afdrukken

nuzakelijk.nl is onderdeel van het netwerk van de ilse media groep bv. 2009