Onderwijs en bedrijven moeten samenwerken
| Uitgegeven: | 27 januari 2010 09:37 |
| Laatst gewijzigd: | 27 januari 2010 09:47 |
Regionale samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijsinstellingen is een belangrijke sleutel tot een sterke concurrentiepositie.
Door Theo Snepvangers - PricewaterhouseCoopers
Wij leven in een snel veranderende samenleving, waarin de aard van het werk en de werkomstandigheden sterk veranderen. Dit vraagt aanpassingsvermogen van de werknemer, zodat hij of zij kan voldoen aan de ‘shift in competenties’. Bedrijven zoeken tegenwoordig namelijk ‘alleskunners’: zelf- en omgevingsbewuste werknemers die theoretisch gezien competent zijn, relevante praktijkervaring hebben, sociaal voelend en communicatief vaardig zijn en bovendien commercieel, innovatief en creatief opereren. Werknemers ook die kunnen werken in verschillende (multinationale) teams.
De snel veranderende samenleving maakt dan ook dat kennis aan een snel verouderingsproces onderhevig is. Adequaat geschoolde werknemers zijn daarom goud waard voor bedrijven, zodat zij niet achterop raken bij concurrenten.
Bijscholing
Maar hoe zorgen we er nu voor dat de werknemer goed geschoold blijft? Hét antwoord daarop is simpel: bijscholing. Zeer belangrijk voor Nederland, willen wij als kenniseconomie enigszins bijblijven bij de best in class. Bovendien kan bijscholing ons in het huidige economische klimaat helpen om (tijdelijke) overcapaciteit aan arbeid op te vangen. En het mooie is: die bijscholing zorgt voor de broodnodige innovatie en behoud van de kwalitatief goede werknemers voor bedrijven.
Maar daar knelt het nu juist in de relatie tussen het bedrijfsleven en de onderwijssector. Uit onderzoek is gebleken dat bijscholing vaak plaatsvindt bij branche-eigen scholingsinstituten in plaats van bij mbo- of hbo-instellingen. Terwijl juist die laatste instellingen veel meer kunnen bieden. De onderwijssector heeft namelijk de werknemer van de toekomst in huis (de student) en heeft zodoende relevante informatie voor het bedrijfsleven over de belevingswereld van deze toekomstige toetreders tot de arbeidsmarkt.
Stageplaatsen
Maar het omgekeerde geldt ook: het bedrijfsleven is voor de onderwijssector van grote toegevoegde waarde. Het bedrijfsleven kan de onderwijsinstelling gebruiken als promotor en bijvoorbeeld stageplaatsen aanbieden. Het kan werknemers inzetten om praktijkervaring te delen met studenten. En tenslotte: de onderwijsinstelling kan met de kennis uit het bedrijfsleven haar onderwijsaanbod beter laten aansluiten op de vraag uit de markt.
Deze samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs kent overigens wel een aantal belangrijke randvoorwaarden. Bedrijf en school dienen elkaar goed te kennen, moeten goed bij elkaar aansluiten. Dit zal veelal het geval zijn als sprake is van een bestaande, meerjarige relatie die gebaseerd is op onderling vertrouwen. Ook dient sprake te zijn van gemeenschappelijke doelen tussen onderwijs en bedrijfsleven, zoals de onderwerpen die spelen in een specifieke regio. Dit laatste aspect maakt dat regionale samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijsinstelling een belangrijke sleutel is om een succes van de samenwerking te maken.
Hoger kennisniveau
Als het opzetten van het samenwerkingsverband tussen bedrijf en onderwijsinstelling zorgvuldig plaatsvindt, zorgt de bijscholing voor een hoger kennisniveau bij het bedrijfsleven en leidt de samenwerking tot een onderwijsinstelling die qua aanbod sterker inspeelt op de regionale vraag. Het regionale bedrijfsleven en de omringende onderwijsinstellingen dienen de handen daarom nadrukkelijker ineen te slaan.
Theo Snepvangers is partner bij PricewaterhouseCoopers (PwC) en leidt de onderwijsgroep.
| © NUzakelijk |
- De CFO van de toekomst
- Warmtewet remt duurzaam investeren
- Zorgsector moet profiteren van de vergrijzing
- ‘The Perfect Storm’ voor gemeenten
- Hoogste tijd voor een verplichtingenstelsel
- Positieve berichten
- Werkgevers, denk aan uw zorgplicht!
- Van reddende engel tot potentieel risico
- Onderwijs en bedrijven moeten samenwerken
- Het tafelzilver blinkt
- Verpleging moet fiscaal in ruimer jasje
- Publieke sector moet fiscaal 'in control' zijn
- Investeren in duurzaamheid topprioriteit
- Lokaal klimaatbeleid is altijd maatwerk
- Risicomanagement is niet nieuw of moeilijk
- Niet Kopenhagen, maar Den Haag
- Belastingadviseur moet blijven meedenken
- De aangifte als begin van verbetering
- Een beter klimaat voor duurzame energie
- De crisis is goed voor familiebedrijven
- Vereenvoudigen is moeilijk
- Goededoelensector moet focus verscherpen
- Onderbouw uw groene claim!
- Ook beloningsstructuur vergt een reset
- Kranten gaan gebukt onder ‘gratis cultuur’
- De winnaars van morgen
- Laat uw ondernemerstalent zien
- Privaat kapitaal zorg wassen neus
- Oplaadpunten bepalen succes elektrische auto
- Familievermogens dupe Successiewet
- Nadenken over opvolging blijft heet hangijzer
- Kiezen én delen
- Continuïteit familiebedrijf in gevaar
- De Jager poetst pareltje op
- Resultaten uit het verleden...
- Ziekenhuizen hebben duidelijkheid nodig
- Tijd voor één keurmerk duurzame elektriciteit
- Internetheffing? Ja, maar wel tijdelijk
- Let goed op leaseovereenkomsten
- Wees op alles voorbereid
- Kabinet straalt geen duurzame ambitie uit
- Het familiebedrijf is crisisbestendig(er)
- Kansen voor Nederlandse zeescheepvaart
- Andere tactiek bij onderhandelen met bank
- Kranten moeten zichzelf opnieuw uitvinden
- Oudere werknemers? Wen er maar aan!
- API's kijken
- De prijs van vertrouwen
- De voordelen van tegenwind
- Wachten op 'verlicht' IFRS loont
